In geen andere vorm van kunst kan men zich als muzikant, die zijn stem als instrument heeft, meer verwezenlijken, meer vereenzelvigen, meer kunstzinnig verdiepen als in het lied. Ze lijkt zo klein en breekbaar en kan toch zo ontroeren.
Geen regisseur die zich met het stuk wil verwezenlijken, geen kostuum waarachter men zich kan verstoppen, geen orkest dat de luisteraar helpt zich boven zichzelf te verheffen. Alleen twee mensen die elkaar begrijpen met naar het schijnt oneindige mogelijkheden om een stuk te veroveren, zo dat het door de toehoorder beleeft wordt. Precies daarin ligt de breekbaarheid van het lied: dat het alleen maar leven kan op de manier hoe het beleeft wordt. Men moet eerlijk zijn tegenover zichzelf, wil men bij de toehoorder geloofwaardig over komen. En men moet de weg naar het begrijpen van en het beleven van een lied samen als duo doorstaan, wat alleen mogelijk is door wederzijds onvoorwaardelijk begrip. Ik heb daarvoor twee muzikanten gevonden.